Epona, paardengodin of vruchtbaarheidsgodin?

G.M.C. Wagemans

Tijdens mijn onderzoek naar de functie van de Gallo-Romeinse dodecaëders kwam ik een groot aantal mogelijke verklaringen tegen. Uiteindelijk leidde dat onderzoek tot het formuleren en testen van de hypothese dat een dodecaëder een astronomisch meetinstrument is, dat werd gebruikt voor het bepalen van de optimale zaaidatum van de wintergranen.
In de onderbouwing van deze hypothese wordt o.a. een verband gelegd tussen het gebruik van de dodecaëder en religie.
Vervolgens ging ik me afvragen welke godheid in de toenmalige Gallo-Romeinse samenleving in relatie zou kunnen worden gebracht met dodecaëders.
Er rekening mee houdend dat, volgens mijn theorie, dodecaëders werden gebruikt ten behoeve van de landbouw lijkt een relatie met vruchtbaarheidsgodinnen het meest waarschijnlijk.
Deze godinnen worden meestal afgebeeld met vruchtbaarheidssymbolen als schalen met broden/vruchten of de hoorn des overvloeds.
Een voor Nederland zeer bekende godin die vaak met vruchtbaarheidssymbolen wordt afgebeeld, is Nehalennia (afb. 1).

Afb. 1

Nehalennia werd hoofdzakelijk vereerd in Zeeland. Deze godin wordt echter in verband gebracht met zeevaart en handel. Ze wordt beschouwd als beschermgodin die een veilig transport over zee moest waarborgen. De vruchtbaarheidssymbolen worden bij deze godin beschouwd als tekenen van voorspoed en niet zozeer in verband gebracht met landbouw. Een andere, voor de Nederlandse archeologie minder bekende godin, die eveneens vaak met vruchtbaarheidssymbolen wordt afgebeeld, en waarvan het verspreidingsgebied overeenkomst vertoont met dat van dodecaëders, is Epona (afb. 2).

Afb. 2

Ook Epona wordt in de mythologie echter niet zozeer in verband gebracht met landbouw, maar ze wordt beschouwd als de Keltische beschermgodin van het paard.
Op de afbeeldingen welke van haar bekend zijn wordt ze steeds afgebeeld met een of meerdere paarden waaraan ze haar naam paardegodin te danken heeft.
In een vrij recente publicatie(1993) van Marion Euskirchen wordt uitvoerig aandacht besteedt aan onderwerpen als verspreidingsgebied de archeologische context en de betekenis van deze godin in de toenmalige samenleving.
Het verspreidingsgebied van Epona is geconcentreerd in het Noordwestelijk deel van Europa en de beelden en reliëfs welke van haar bekend zijn dateren hoofdzakelijk uit de tweede en derde eeuw na Chr.
De archeologische context is zeer divers zoals blijkt uit de meest voorkomende contexten: Villae rustica(25), militaire kampen(26) en tempelcomplexen(25).
In de lijst met vindplaatsen worden door Euskirchen voor Nederland twee vondsten uit Baarlo(Limburg) vermeld die zich thans bevinden in de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. Afbeelding 3 toont het best bewaard gebleven exemplaar.

Afb. 3

Het feit dat ca. 300 afbeeldingen van haar bekend zijn toont aan dat ze in de Gallo-Romeinse periode een belangrijke godheid moet zijn geweest.
Opmerkelijk is dat, in geval van Epona, relatief veel afbeeldingen zijn gevonden bij villae's. Natuurlijk ligt het voor de hand om, in relatie met een landbouwbedrijf, de afbeelding van een paard ook direct in verband te brengen met een paard.
Die gedachte is zo vanzelfsprekend dat iedere andere mogelijkheid zo op het eerste gezicht onlogisch lijkt. Toch ging ik me afvragen, of nog een andere betekenisverlening mogelijk was. Maar wat zou dat dan moeten zijn? Het onderzoek naar de functie van de dodecaëder gaf mij daartoe een aanwijzing. Analoog aan dit onderzoek vroeg ik me af of een relatie met de astronomie hier uitkomst zou kunnen bieden. Dat leidde uiteindelijk tot de associatie met het sterrenbeeld Pegasus. In dat geval zou de afbeelding van een paard symbolisch verwijzen naar dit sterrenbeeld. Het sterrenbeeld Pegasus is op onze breedten het beste zichtbaar in de periode september/oktober wanneer de wintergranen worden gezaaid. Wat aanvankelijk een weinig voor de hand liggende gedachte was, ontwikkelde zich geleidelijk tot een voor mij steeds waarschijnlijker hypothese. Ik zal daartoe de volgende onderbouwing leveren.

Beelden en reliefs

Epona wordt steeds zittend of half liggend op een paard danwel staand of zittend naast/voor een of meerdere paarden afgebeeld.
Uit deze afbeeldingen kunnen we niet meer concluderen dan de reeds bekende relatie paard-godin.
De belangrijkste aanwijzingen zijn te vinden in de details.

Epona wordt meestal afgebeeld met vruchtbaarheidssymbolen als schalen met broden of vruchten en de hoorn des overvloeds.
Ook wordt ze vaak afgebeeld met een merry met veulen waarbij soms het veulen door de merry wordt gezoogd (afb.4).


Afb. 4

Verder is ook een afbeelding bekend waarbij Epona wordt afgebeeld op een paard omgeven door hemelse motieven (afb.5).


Afb. 5

Op andere afbeeldingen wordt ze zittend op een paard afgebeeld met een hondje op haar schoot waaronder ook het beeldfragment uit Baarlo (afb. 3)

De aanwezigheid van vruchtbaarheidssymbolen past volledig in mijn hypothese omdat we mogen verwachten dat bij het zaaien van de wintergranen ook een vruchtbaarheidscultus hoort.
De aanwezigheid op sommige afbeeldingen van een veulen naast het paard heeft een symbolische betekenis en kan in verband worden gebracht met nieuw leven of wedergeboorte. Bij het zaaien van graan moet immers de graankorrel in de grond afsterven om te kiemen en vervolgens weer in het voorjaar uit te groeien tot een vruchtdragende plant.
Deze betekenis kan ook verband houden met de aanwezigheid van haar afbeelding op grafmonumenten. Bij een overtuiging van een leven na de dood past ook de theorie van wedergeboorte.
De afbeelding van Epona omgeven door hemelse motieven sluit aan bij mijn hypothese dat de betekenis van het paard moet worden geassocieerd met astronomische waarnemingen.
Enkele minder duidelijke afbeeldingen tonen het paard dat met een hoef op een rots of steen trapt waaruit een bron opwelt.
Euskirchen schrijft hierover het volgende:..." Auf einigen Bildern der Epona sind jeweils unter dem erhobenen Huf des Pferdes Gebilde zu entdecken, welche u.U. als Zitat des quellaufschlagenden Pferdes gemeint sind"... Deze afbeelding heeft waarschijnlijk betrekking op de Griekse mythologie waarbij het paard Pegasus zich met een hoef afzet op een rots waaruit vervolgens de bron Hippocrene ontspringt op de berg Helikon. Nadat Pegasus zich op deze rots had afgezet nam hij zijn plaats in tussen de sterren.
De relatie van het paard met water wordt o.a. benadrukt door vondsten bij thermen en in bronnen.
Natuurlijk zouden we dit gemakkelijk kunnen verklaren door ook hieraan het ontspringen van de bron Hippocrene te koppelen.
Ons beperkend tot het Gallo-Romeinse gebied kunnen we ook een relatie leggen met de herfstperiode wanneer de wintergranen worden gezaaid. In deze periode valt relatief veel regen die voor de vruchtbaarheid van de akkers onontbeerlijk is.

De afbeelding van Epona met een hondje op haar schoot heeft waarschijnlijk eveneens een symbolische betekenis. Na de relatie te hebben gelegd tussen het paard en het sterrenbeeld Pegasus, stelde ik me de vraag of een vergelijkbare verklaring zou kunnen worden gevonden voor de afbeelding van het hondje. Voor wie enigszins thuis is in de astronomie, ligt de verklaring voor de hand dat het hondje het sterrenbeeld Grote Hond (Lat.:Canis Major) moet voorstellen. De belangrijkste ster in dit sterrenbeeld is de hondsster Sirius. De Egyptische godin Isis wordt vaak zittend op de hondsster Sirius afgebeeld en wordt in de mythologie vergeleken met de Griekse godin Demeter en de daarvan weer afgeleide Romeinse godin Ceres.
De Egyptische kalender was gebaseerd op Sirius en het is mogelijk dat ook in het Gallo-Romeinse gebied deze ster voor de inheemse bevolking, vòòr de komst van de Romeinen, een belangrijke betekenis had. Het sterrenbeeld Grote Hond is op onze breedten alleen zichtbaar in de avonduren tijdens de winterperiode. Het hondje op de schoot van Epona geeft dan symbolisch de periode weer waarin de graanplantjes overwinteren en stilstand/rust in de groei aanwezig is.
Op soortgelijke wijze kan ook de hond waarmee Nehalennia vaak wordt afgebeeld worden verklaard. Ook bij Nehalennia wordt waarschijnlijk op deze wijze symbolisch de winterperiode uitgebeeld. Voor de zeevaarders en handelaren welke vanuit Zeeland de transporten over zee moesten verzorgen was de winterperiode waarschijnlijk de gevaarlijkste periode in het jaar door de verhoogde kans op storm.

Het paard van Uffington

Een zeer bekende stilistische afbeelding van een paard is het paard van Uffington dat in Zuid-Engeland op de krijtrotsen is afgebeeld (afb.6).


Afb. 6

De afmetingen bedragen ca. 100 bij 35 meter en de afbeelding dateert waarschijnlijk uit de IJzertijd.
De stilistische afbeelding van dit paard berust volgens mijn overtuiging grotendeels op astronomische waarnemingen die een belangrijke betekenis moeten hebben gehad ten behoeve van de toenmalige landbouw.
De staart, rug en hals van het paard moeten gezien worden als de sinusbeweging van de aarde t.o.v. de zon(ecliptica).
Indien van een rechtopstaand voorwerp elke dag de lengte van de schaduw wordt gemeten, op het moment dat de zon op het hoogste punt van de dag staat, wordt in de loop van een zonnejaar deze sinus verkregen (in theorie er van uit gaande dat elke dag de zon schijnt).
Het vierkante hoofd van het paard wordt gevormd door de vier sterren die in de astronomie de romp van het sterrenbeeld Pegasus vormen en in de huidige astronomie bekend staan als het herfstvierkant.
Dat de Kelten juist gekozen hebben voor het hoofd van het paard is te verklaren omdat bij de Kelten het hoofd een zeer belangrijke betekenis had. In de Keltische religie was men er van overtuigd dat de ziel zich in het hoofd bevond waardoor voor een leven na de dood het hoofd een zeer speciale betekenis had.
Het verschil in de weergave van de vorm van de achterbenen t.o.v. de voorste benen van het paard is zeer opvallend. De achterbenen zouden door hun sikkelvormen geassocieerd kunnen worden met sikkels voor het maaien van graan.
Het is echter ook mogelijk dat de sikkel die het rechterachterbeen vormt de sikkel van de maan voorstelt. Ook nu nog zijn kalenders bekend voor alternatieve landbouwmethoden waarbij de stand van sterrenbeelden, planeten en de maan als belangrijk worden beschouwd voor het moment waarop gezaaid of geoogst moet worden. Deze kalenders worden jaarlijks uitgegeven omdat de stand van planeten en de maan elk jaar anders is.

De voorste benen van het paard zijn waarschijnlijk getrokken lijnen tussen de sterren welke in het huidige sterrenbeeld ook de voorste benen van het paard vormen.
De enorme afmetingen van het paard moeten verklaard worden door het feit dat men hiermee de betreffende godheid wilde vereren om haar/hem gunstig te stemmen voor het verkrijgen van hoge opbrengsten.
De godheid moest vanuit haar/zijn hemelse positie het paard op deze grootte goed kunnen waarnemen.

De zaaitijd van de wintergranen was voor de Kelten mogelijk de belangrijkste tijd in het jaar wat gevierd werd op semain, de avond van 1 november, wanneer al het werk gedaan was (geoogst, geploegd en opnieuw ingezaaid).
Dat juist voor 1 november werd gekozen kan verband houden met astronomisch waarnemingen en verwijzen naar de hondsster Sirius. De opkomst van Sirius vindt op onze breedten in november plaats rond middernacht(Met middernacht wordt hier niet het tijdstip van 12 uur 's nachts bedoeld maar het tijdstip 12 uur later dan het moment waarop de zon op haar hoogste punt stond). Het is mogelijk dat op deze avond het kiemen van de gezaaide graankorrels werd gevierd. Dit kiemen zou symbolisch beschouwd kunnen worden als de overgang van dood naar nieuw leven.

Het paard op Keltische munten

Op vele Keltische munten zijn afbeeldingen bekend van paarden. Naast de afbeelding van een paard zijn op dezelfde munten vaak andere motieven afgebeeld die een duidelijke relatie hebben met astronomie en landbouw/vruchtbaarheid.

In afbeelding 7 zijn drie munten afgebeeld uit de publicatie van Roymans. De munten dateren uit 58-51 voor Chr.


Afb. 7

Op enkele van deze munten is het paard op zeer stilistische wijze afgebeeld waarbij vooral het hoekige hoofd van het paard en het "zwevende" rechter voorbeen bij munt 1 en 2 overeenkomst vertonen met het paard van Uffington. Ook de afbeelding van het voorwerp, horizontaal in het midden van munt 2, toont grote overeenkomst met het achterbeen van het paard van Uffington.
De afbeelding op de keerzijde van munt 3 toont gelijkenis met een valkenkop waarmee mogelijk de Egyptische god Horus, de zoon van Isis, wordt bedoeld.
Op de keerzijde van munt 1 en 2 zijn aren afgebeeld. Op munt 1 zouden de rijen rechts beneden zaairijen kunnen voorstellen.

Afbeelding 8 toont vijf Gallische munten zoals afgebeeld in de publicatie van Nouwen.


Afb. 8

Op munt 1 is boven het paard een driehoekig voorwerp te zien dat gelijkenis vertoond met een miniatuur-ploeg uit een grafgift uit de vierde eeuw na Chr. (zie afb.9).


Afb. 9

Munt 2 toont een vogel met eieren en een plant terwijl munt 3 een vogel/kuiken toont dat in een embryonale fase lijkt te verkeren en uit een kruik eet of drinkt.
Munt 3 en 4 tonen een afbeelding van een sinuskromme die weer in verband gebracht kan worden met de ecliptica en mogelijk symbolisch de afwisselingen van de seizoenen moet voorstellen.
De drie munten met het paard zouden in verband gebracht kunnen worden met de herfstperiode wanneer de wintergranen gezaaid moeten worden en de twee munten met de afbeelding van de vogel houden mogelijk verband met het voorjaar wanneer de graanplantjes zich na de winterperiode verder ontwikkelen. De concentrische ringen op diverse munten zijn mogelijk symbolen voor planeten of de zon terwijl de pentagrammen eveneens verband houden met astronomie.
Het rad dat op diverse munten samen met het paard wordt afgebeeld heeft waarschijnlijk betrekking op de sterrennevel in het sterrenbeeld Andromeda. Een van de vier sterren welke het herfstvierkant vormen van het sterrenbeeld Pegasus behoort ook bij het sterrenbeeld Andromeda. Carl Sagan schrijft hierover het volgende: ..." Een van de stelsels erin is M13, van de aarde af zichtbaar in het sterrenbeeld Andromeda. Evenals andere spiraalnevels lijkt het op een enorm wagenwiel van sterren, gas en stof"....
De spiraalfiguur op de munt in afbeelding 10 toont op dit punt eveneens grote overeenkomst met de structuur van de uit de astronomie bekende spiraalnevels.


Afb. 10

Het lijkt echter onverklaarbaar hoe in die tijd, zonder gebruik te maken van optische hulpmiddelen, deze structuur met het blote oog kon worden waargenomen.
Een mogelijke verklaring is dat de Kelten ons eigen melkwegstelsel als voorbeeld hebben genomen. In het begin van de vorige eeuw heeft namelijk de Amsterdammer Easton ons eigen melkwegstelsel in kaart gebracht zonder gebruik te maken van optische hulpmiddelen (Zie afbeelding 11 waarin duidelijk de spiraalarmen zichtbaar zijn).


Afb. 11

Het is dus mogelijk dat de Kelten reeds 2000 jaar voor Easton dezelfde waarnemingen hebben gedaan en tevens de conclusie hebben getrokken dat nevelvlekken als die van de Andromedanevel waarschijnlijk een zelfde spiraalstructuur bezitten als ons eigen melkwegstelsel.

De horens waarmee de paarden op diverse munten worden afgebeeld bevestigen de relatie met goddelijke macht.
Munt 1 (afb.8) toont onder het paard een pentagram met op de hoekpunten bolletjes waardoor gelijkenis aanwezig is met een vlak van een dodecaëder. Op grond van de archeologische context van de dodecaëders kan echter geen relatie worden gelegd met de Keltische periode. Onderscheid maken tussen een inheemse of een Romeinse uitvinding is natuurlijk zeer lastig indien de uitvinding pas werd gedaan in de eerste eeuw na Chr.

Op één punt toont de archeologische context van de dodecaëders een zeer sterke overeenkomst met de vondsten van Epona. Namelijk de aanwezigheid op plaatsen waar militairen waren gelegerd. De aanwezigheid van afbeeldingen van Epona in militaire kampen wordt meestal in verband gebracht met de Romeinse cavalerie. Indien echter Epona als godin een belangrijke betekenis had voor de landbouw zou dit een aanwijzing kunnen zijn dat de Romeinse legioensoldaat vooral in de tweede en derde eeuw na Chr. zich meer met landbouw bezig hield dan met typisch militaristische activiteiten. Dit heb ik ook reeds in mijn hypothese over de Romeinse dodecaëder als onderbouwing vermeld.
Ik ben er mij op dit punt van bewust dat met het trekken van conclusies voorzichtigheid moet worden betracht omdat het natuurlijk te ver voert om mijn hypothese over de dodecaëders als onderbouwing te gebruiken voor weer een andere hypothese.
Toch zou het mij niet verbazen als in de "verre" toekomst, na meer wetenschappelijk onderzoek, een relatie tussen het gebruik van de dodecaëder en de verering van Epona meer gestalte zal krijgen.

Discussie

In mijn onderbouwing heb ik geprobeerd een relatie te leggen tussen het sterrenbeeld Pegasus en landbouw/vruchtbaarheid om op deze manier de betekenis van het paard en de vruchtbaarheidssymbolen waarmee Epona wordt afgebeeld te kunnen verklaren.
Zoals uit mijn onderbouwing blijkt heb ik geen uitspraak gedaan over de herkomst van Epona als godin. De koppeling aan de Keltische religie is niet eenduidig. Immers, het feit dat ze in de Gallo-Romeinse periode werd vereerd, betekent nog niet automatisch dat ze een Keltische oorsprong heeft.
Wel ben ik er van overtuigd dat het paard waarmee ze wordt afgebeeld als sterrenbeeld geassocieerd moet worden met de zaaitijd van de wintergranen en daardoor, in relatie met Epona, een Keltische oorsprong heeft.
Epona zelf kan als godin ook een Grieks/Romeinse oorsprong hebben en het Gallo-Romeinse evenbeeld zijn van Demeter/Ceres. Vooral de mythologie van Demeter en haar dochter Persephone(Kore) past volledig in de hypothese van het zaaien van de wintergranen en de jaarlijkse cyclus van dood en wedergeboorte. De vermenging van de Keltische en Grieks/Romeinse religie zou dan tot een "nieuwe" godheid geleid kunnen hebben die in de toenmalige landbouwsamenleving een zeer belangrijke betekenis had.
Een belangrijk discussiepunt is ook de interpretatie van de vruchtbaarheidssymbolen bij Epona en Nehalennia. Indien Nehalennia van oorsprong geen betekenis heeft gehad voor de landbouw moeten we ook de vruchtbaarheidssymbolen waarmee Epona wordt afgebeeld symbolisch zien als tekenen van welvaart en rijkdom/voorspoed.
De betekenis welke Epona heeft gehad voor de landbouwers, bescherming van het gewas en daardoor garant staan voor hoge opbrengsten en daaraan gekoppeld hoge inkomsten, zal Nehalennia voor de schippers en handelaren zijn geweest door hun bij de tochten overzee te beschermen. Of de hoge opbrengsten werden verkregen uit landbouw of uit handel zal immers voor de Gallo-Romeinen weinig verschil hebben gemaakt omdat beiden voor welvaart en rijkdom zorgden.

Slot

Wat is nu de waarde van bovenstaande bevindingen en gedachten?
Natuurlijk kan er niet worden gesproken van een bewijs in wetenschappelijk opzicht.
Het verband zoals dat is gelegd en ten dele met feiten is onderbouwd blijft voorlopig een hoog hypothetisch gehalte houden. Het betekent immers dat de bekende feiten in een totaal ander perspectief worden geplaatst. Een paard als afbeelding wordt niet in verband gebracht met een paard (wat lijkt nu logischer) maar met astronomie. Dat maakt enerzijds een groot aantal voor de hand liggende verklaringen minder vanzelfsprekend, maar opent tegelijkertijd nieuwe perspectieven.
Of datgene wat thans nog in zekere zin spekulatief is, aan verklarende waarde zal winnen en tot vervanging van bestaande en geldende inzichten zal leiden, hangt in sterke mate af van reacties van lezers. Ik hou me daarvoor zeer aanbevolen.

Literatuur

Bloemers, J.H.F.,L.P.Louwe Kooijmans en H.Sarfatij, 1981. Verleden Land
Bilt van der J., 1919. Sterrenkunde.
Boekel, G.M.E.C. van, 1983. Catalogue: Deities and Men,Dwarf with Scroll/Epona. Berichten ROB 33.
Clayton, P., 1994. Wereldencyclopedie van de mythologie.
Euskirchen, M., 1993 'Epona' Bericht der Römisch-Germanischen Kommission 74, pp. 607-838.
Hoffmann, E., 1966. Goden- en heldensagen.
Krefeld, H., 1963. Res Romanae.
Norton-Taylor, D., 1979. Kelten.
Nouwen, R., 1993. De Romeinse Pentagon-dodecader: mythe en enigma. Publicaties van het Gallo-Romeins Museum, Tongeren,nr. 45. Hasselt.
Rolleston, T.W., 1995. De Keltische Mythologie.
Roymans, N., 1990. Tribal societies in Northern Gaul. An anthropological perspective.
Sagan, C., 1981. Cosmos.
Thun, M., Thun M.K, 1984. Zaai en werkkalender. Uitgegeven door de Nederlandse Vereniging tot bevordering der biologisch-dynamische landbouwmethode.
Wagemans, G.M.C., 1996. Mysterie Romeinse Pentagon-dodecaëder ontsluierd? Westerheem 45 no.4 199-207.